Minister Heinen heeft naar aanleiding van een motie van GL/PvdA en NSC het Belastingplan 2026 aangepast bij een nota van wijziging. De nota van wijziging regelt dat parttimers per 2026 toch een hogere arbeidskorting ontvangen.
Parttimers zouden door de indexatiesystematiek in de arbeidskorting per 2026 en koopkrachtmaatregelen in het Belastingplan 2025 een lagere korting krijgen (de zogenoemde buffelboete). Dit wordt nu voor deeltijdwerkers die op jaarbasis minder dan het minimumloon verdienen deels teruggedraaid door de grenzen anders vast te stellen.
De arbeidskorting kent al jaren een bepaald opbouw- en afbouwtraject met verschillende inkomensgrenzen die jaarlijks worden geïndexeerd. Er wordt voor de indexatie deels aangesloten bij het wettelijk minimumloon (wml) en deels bij de tabelcorrectiefactor (tcf) voor belastingen. De nota van wijziging bepaalt dat de indexatie van de eerste twee inkomensgrenzen per 1 januari 2026 uitsluitend wordt gebaseerd op de tcf. Hierdoor worden de grenzen verlaagd naar € 11.965 en € 25.845, wat bepaalde deeltijdwerkers meer recht op arbeidskorting geeft. Het verlagen van de inkomensgrenzen gaat elk jaar ongeveer € 600 miljoen kosten. Daarom worden enkele maatregelen uit het oorspronkelijke wetsvoorstel BP 2026 teruggedraaid. Zo worden de eerder voorgestelde verhogingen van de arbeidskorting bij het tweede en derde knikpunt geschrapt. Daarnaast wordt het tarief in de eerste belastingschijf per 2026 met 0,05%-punt minder verlaagd (naar 35,75%) en gaat het toptarief sneller gelden dan eerder was voorgesteld. Ook wordt het tarief in de eerste schijf in 2031, 2032, 2033 en 2035 telkens met 0,01%-punt verhoogd. De daadwerkelijke behandeling van het Belastingplan 2026 zal later plaatsvinden.
Bron: Tweede Kamer, 17 oktober 2025, nr. 36812-15