Het wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen is na kritiek van onder andere uitvoeringsorganisaties aangepast. De Raad van State gaat nu naar het herziene wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) kijken.
Op dit moment is driekwart van de zelfstandigen niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Hierbij spelen de hoge kosten een rol. Een deel van de zelfstandigen kan zich zelfs helemaal niet verzekeren door hun leeftijd, een medische aandoening of hun medische geschiedenis.
Door de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) kunnen de kosten relatief laag worden gehouden omdat risico’s worden gedeeld. Zelfstandigen krijgen onder de Baz recht op een uitkering ter hoogte van maximaal het minimumloon. Een zelfstandige kan er ook voor kiezen om zelf een AOV af te sluiten die voldoet aan de voorwaarden of een bestaande verzekering te behouden.
In het gewijzigde wetsvoorstel wordt de wachttijd voor een uitkering, in aansluiting op de WIA, verlengd naar 2 jaar en zijn de kosten voor de ondernemer verlaagd. Een zelfstandige heeft een keer per jaar de mogelijkheid om over te stappen naar een private verzekeraar. De verschuldigde premie is verlaagd van 6,5% naar 5,4% van de gemaakte winst, wat neerkomt op maximaal € 171 bruto per maand.
Het wetsvoorstel regelt nu ook iets voor zelfstandigen die door een dienstverband al verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid. Zelfstandigen die vanuit de WIA al recht hebben op een AOV-uitkering naar minimumloon hoeven zij geen Baz-premie te betalen.
Vereniging ZZP-Nederland meent dat de Baz niet alle vormen van arbeidsongeschiktheid afdekt, en raadt zelfstandigen aan om goed na te gaan of zij nog een extra dekking nodig hebben.
Bron: Ministerie van SZW, 15 september 2025